woensdag 19 november 2008

werp technieken

Onderhandse worp (algemene techniek)

  1. Zet je voeten naast elkaar. Neem de bal in je werphand en houd die voor je lichaam
  2. Breng de bal onderlangs naar achteren. Een rechtshandige stapt met links uit ( een linkshandige andersom)
  3. Werp de bal door de ‘worpzone’. Wijs de bal na.

Bovenhande strekworp (algemene techniek)

  1. Een rechtshandige staat links voor (een linkshandige andersom). Pak de bal in de werphand en houdt die hand achter je hoofd
  2. Strek je werparm uit zodat je hand langs je oor gaat.
  3. Werp de bal en wijs het na.

De baan en snelheid van de bal kan variƫren, en dit kan bereikt worden door verschillende technieken, o.a. verschillende posities van de vingers op de naden van de bal.

Soorten ballen

  • Fastball: harde rechte bal
  • Slider: ook hard gegooid, maar beschrijft een bocht naar buiten
  • Curve: minder hoge snelheid, valt van boven naar beneden.

De werpactie moet eigenlijk een vloeiende beweging van het hele lichaam zijn, zodat overmatige piekbelastingen op de weke delen worden voorkomen.

Grootste fouten (bij kinderen)

  • Te snelle of lange aanloop, die tevens niet goed benut wordt
  • Op jonge leeftijd begrijpen ze niet hoe een goede worp uitgevoerd zou moeten worden, waardoor ballen vaak niet recht gaan
  • De bal wordt gegooid volgens de 5-stap ‘speerwerp’ techniek. Dit is op zichzelf een moeilijke techniek en zorgt, wanneer fout uitgevoerd, voor een verkeerde worp

Voorbeeldworp

  1. De aanloop
    De aanloop is een rustige versnelling tot een gemiddelde snelheid met een gestrekte worparm naar achter gericht, tot aan een ‘checkpoint’ (zie fig. 1, witte pijl). Dit punt moet geraakt worden met de linkervoet voor rechtshandige (andersom voor linkshandige).
  2. De ‘impuls stap’
    De rechtervoet wordt geplaatst waar de linkervoet stond (fig. 3, voor linkshandige andersom) en de linkervoet maakt plaats voor een nieuwe stap. Wanneer er op het rechterbeen gesteund wordt hangt het lichaam lichtelijk naar achter (fig. 4) en maakt de worparm zich al klaar voor de worp door zich te buigen. Let op dat voor een optimale worp de rechtervoet een maximale hoek van 45° maak ten opzichte avn de worprichting.
  3. De worp
    De worp begint pas wanneer de linkervoet redelijk ver voor is geplaatst (fig. 6) en het lichaam indraaid. Belangrijk is dat de arm met veel kracht langs het hoofd beweegt in een uitstrekkende manier

(plaatje laat ik even achterwegen, was al lang genoeg bezig met de opmaak van deze post!)



Economische omstandigheden /crisissen.

http://www.energie.nl/dossier/

1993 Verhoging van de gas prijs. Voor kleinverbruikers betekent het contract een totale prijsverhoging van 4 cent per m3. Deze wordt gespreid over de komende drie jaren, met een toename van respectievelijk 2 cent, 1,75 cent en 0,25 cent. In 1996 zal een m3 gas voor kleinverbruikers ongeveer 45 cent kosten.
1994
1995
1996
1997
1998
1999

2000 Per 1 januari wordt de accijns op motorbrandstoffen verhoogd met de inflatie. In juni zal euro ongelood f. 2,74 kosten
2001 De verhoging van de BTW in 2001 en de sterke verhoging van energiebelasting in Nederland.

2002 De euro wordt ingevoerd
2003 De prijzenslag in de Nederlandse supermarkten, die in oktober 2003 uitbrak.
2004 In januari 2004 werd in Nederland een deel van de gezondheidszorg niet meer door het ziekenfonds vergoed. Hierdoor is de prijsindex voor gezondheidszorg in die maand fors gestegen. Overigens deed een soortgelijke wijziging zich toen ook voor in Duitsland. Van december 2003 op januari 2004 steeg de HICP-index voor gezondheidszorg in Nederland met 9,0 procent tegenover 5,7 procent in de eurozone. In Duitsland was de stijging toen overigens 16,1 procent.
2005
2006
2007

Omzet van winkels tijdens feestdaagn in 1997/1998

Extra omzet tijdens feestdagen in 1997:
In het algemeen 2,8 miljard gulden meer omzet tijdens laatste 2 maanden.
Speelgoedwinkels: 200 miljoen gulden
Cd’s en cd’roms: 480 miljoen
Glaswerk en huishoudelijke artikelen: 240 miljoen gulden

http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/_unique/_search/default.htm?cx=018020871965988641477:rvmzjpho2wq&cof=FORID:11&q=omzet+detailhandel+sinterklaar#582

Extra omzet tijdens feestdagen in 1998:
In het algemeen 2,8 miljard gulden meer omzet tijdens laatste 2 maanden.
Speelgoedwinkels: 200 miljoen gulden
Cd’s en cd’roms: 500 miljoen
Glaswerk en huishoudelijke artikelen: 260 miljoen gulden

Omzet Detailhandel in de maand december

Omzet online winkels tijdens sinterklaas

Jaar Normale weekomzet Extra weekomzet Sinterklaas

2000 3,4 miljoen euro 4,2 miljoen euro 121%
2001 4,8 miljoen euro 3,1 miljoen euro 64%
2002 8 miljoen euro 4,7 miljoen euro 59%
2003 12 miljoen euro 9 miljoen euro 75%
2004 15,3 miljoen euro 6 miljoen euro 39%
2005 18,7 miljoen euro 7,4 miljoen euro 39%
2006 21,8 miljoen euro 9,7 miljoen euro 45%

inflatie


Inflatie in Nederland
• Inflatie
De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde methode, wordt gemeten als de stijging van de consumentenprijsindex ten opzichte van de overeenkomstige periode in het voorgaande jaar. Het consumentenprijsindexcijfer geeft het prijsverloop weer van het pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld werd aangeschaft door alle huishoudens in Nederland.
Een volledig overzicht van oorzaken voor de gesignaleerde verschillen tussen de inflatiecijfers in de landen van de eurozone is niet te geven. Met name voor de prijsontwikkeling in Nederland zijn wel enkele oorzaken aan te geven:
Als een algemene oorzaak voor de ontwikkeling van de Nederlandse inflatie geldt:
• de verminderde stijging van de loonkosten in Nederland.
• Verder wordt de ontwikkeling van de prijs van alcohol en tabak mede bepaald door verschillen in de ontwikkeling van de accijnzen in de verschillende lidstaten.
Ook verschillen in de prijsopbouw van bepaalde artikelen kunnen leiden tot verschillen in uitkomsten. De prijs van energie wordt bijvoorbeeld mede bepaald door de samenstelling van het pakket energieproducten: elektriciteit, gas (aardgas, c.q. gas in flessen), warmte-energie, kolen, huisbrandolie, hout. Daarnaast door de opbouw van de prijs in een zuivere energiecomponent, netwerkkosten of kosten van aflevering, belastingen en dergelijke. Ten slotte kan de prijs van bijvoorbeeld elektriciteit bepaald worden door de in de lidstaten gebruikte energiebronnen: waterkracht, kolen, gas, aardolie, kernenergie.